Toegankelijkheidsmenu

Aggregatieniveau

Leerobjecten komen in verschillende niveaus, of korrelgroottes voor. Deze niveaus worden ook wel aggregatieniveaus genoemd. Er worden vier niveaus gebruikt. Hoe hoger het aggregatieniveau hoe meer inhoudelijke en didactische context er is toegevoegd.

De richtlijnen zijn ontwikkeld: voor informatieobjecten en toetsen (niveau 2) en leereenheden (niveau 3). Het volgen van de richtlijnen leidt tot de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige leerobjecten.

Fragment
Informatieobject of toets
Leereenheid
Module of Cursus die leidt tot een certificaat

Fragment
Een fragment (niveau 1) bestaat uit één component waar geen inhoudelijke of didactische context is aangebracht. Een voorbeeld is een plaatje van de Eiffeltoren waarbij het voor de kijker nog niet duidelijk is in welke context deze afbeelding bekeken moet worden.
Checklist met richtlijnen

Informatieobject of toets
Informatieobjecten of toetsen (niveau 2) zijn leerobjecten die bestaan uit meerdere verschillende fragmenten (zoals afbeeldingen of tekst), waarbij wel een inhoudelijke context is aangebracht maar geen didactische context is toegevoegd. Een voorbeeld is een tekst over staalconstructies met een afbeelding van de Eiffeltoren die genoemd wordt als voorbeeld van een constructie. De kijker weet nu, door de tekst te lezen, in welke context het plaatje geplaatst moet worden.

Leereenheid
Een leereenheid (niveau 3) bestaat uit verschillende onderdelen (meestal verschillende leerobjecten van niveau 2), waarbij zowel inhoudelijke als didactische context is aangebracht. Een voorbeeld hiervan is de toepassing van een didactisch model met daarin een duidelijke leersturing over staalconstructies bestaande uit een starttoets, informatie, oefenvragen en een eindtoets. Ook een game is een voorbeeld van een leereenheid.

Module of Cursus die leidt tot een certificaat
Een Module of cursus die leidt tot een certificaat (niveau 4) bestaat uit verschillende leerobjecten van lagere niveaus (vaak van niveau 3) waar een bepaalde volgorde is gehanteerd. De cursus leidt via een vorm van assessment of examen tot een certificaat. Een voorbeeld hiervan is een cursus Constructies in de Bouw die afgesloten wordt met een door de branche erkend certificaat waarin een onderdeel is opgenomen over staalconstructies.