Toegankelijkheidsmenu

Fontys Lerarenopleiding Tilburg, opleiding Geschiedenis

1. Hoe heb ik het aangepakt?
2. Wat waren de resultaten?
3. Wat vonden studenten ervan?
4. Wat zijn mijn aanbevelingen?
Bijlage 1. Kanttekeningen bij de stapopdrachten
Bijlage 2. Afsluitende opdrachten

1. Hoe heb ik het aangepakt?
Bij de test van de module (maart-juni 2010) met 24 derdejaars studenten geschiedenis van Fontys Lerarenopleiding Tilburg heb ik de zeven stappen geprogrammeerd in een cursus van negen weken, waarin de studenten een wekelijks college van twee uren hadden in een computerlokaal. Om de voortgang te bewaken gaf ik studenten de opdracht om per stap een bondig verslag van activiteiten met vermelding van bestede tijd en een individuele reflectie per e-mail bij me in te leveren. Omdat er weinig tijd was voor stap 6 liet ik ze stappen 5, 6 en 7 ineens aldus afhandelen.

De colleges begonnen met een korte plenaire nabespreking van de uitgevoerde stap en een summiere introductie van de volgende stap, zonder uitleg van de moduletekst. De studenten gingen vervolgens aan het werk, meestal samenwerkend in duo's. Ik maakte dan een rondje waarin ik per duo de voortgang besprak. Op deze manier stelde ik vast dat de module goed bruikbaar is voor zelfstandige verwerking. Dit werd bevestigd door een enkele student, die door omstandigheden de colleges niet kon bijwonen en de module zelfstandig heeft uitgevoerd.

Tijdens de eerste bijeenkomst vroegen enkele studenten of ze de stappen volgens een eigen route mochten uitvoeren, omdat ze het te veel als keurslijf beschouwden. Ik heb ze daarvoor toestemming gegeven, mits ze alle stappen zouden doen en bij de uitwerking van stap 1 ook een plan zouden inleveren waarin alle stappen terug te vinden zouden zijn. Een week later waren deze studenten tot de conclusie gekomen dat ze toch liever de gestelde volgorde volgden, omdat het anders 'tijdrovender' zou zijn.

Gedurende de cursus liepen nogal wat studenten achter op de gestelde planning. Dat was geen probleem zolang ze ervoor zorgden op tijd klaar te zijn voor hun presentatie en het inleveren van hun product en verslag in de 8e en 9e week.

2. Wat waren de resultaten?
Uit de test heb ik de volgende conclusies getrokken:

  • De module is goed bruikbaar om in lerarenopleidingen te werken aan de gestelde leerdoelen, met name door zijn beperkte omvang, de overzichtelijke opzet, de heldere taal, de praktijkvoorbeelden en de student- en praktijkgerichte opbouw.
  • De module is stimulerend voor de ontwikkeling van betreffende kennis, inzicht, vaardigheden en houding van aanstaande leraren.
  • De module is te doen in 100 tot 200 studie-uren (4 tot 8 ecp).
  • Negen weken is te kort voor goede realisatie voor de module. Beter is spreiden over een langere periode.
  • De module is goed te integreren in een bredere cursus over bv. ontwikkelen van onderwijs.
  • De module behoeft enige situatiespecieke aanvullingen, met name gericht op voortgang en toetsing. Hiervoor kan het platte tekstbestand op de website worden gebruikt, maar dat hoeft niet en is gezien de vormgeving ook minder wenselijk (zie bijlagen 1 en 2).


3. Wat vonden studenten ervan?
Hieronder volgen per stap enkele citaten uit reflecties van studenten.

Stap 1 Voordat je begint

'Ik vond de opdracht briljant in eenvoud. Toen ik eraan begon leek het een enorme brok en ik wist niet goed wat ik ermee aanmoest. Maar enkel en alleen al door de eerste deelopdracht van stap 1 werd mij dit volkomen duidelijk. Op mij had dit een positief effect, ik kreeg meer zin in de opdrachten en zin om te leren hoe ik goed materiaal kan maken.'
'Ik moet bekennen dat het invullen van de indicatorenlijst een behoorlijke eye-opener was. ICT is meer omvattend dan ik vooraf gedacht had.'

Stap 2 Wat wil je bereiken?

'Het uitwerken van de praktijkvoorbeelden heeft mijn blikveld in positieve zin verruimd. Vooral omdat er veel verschillende mogelijkheden van toepassing in leereenheden zijn, meer dan ik voor mogelijk hield.'
'Onze houding is in elk geval erg kritisch geworden. Alleen al na stap 1 blijkt dat we goed moeten gaan nadenken over wat we willen bereiken en hoe we dit willen gaan bereiken. Ook is onze houding actiever geworden omdat we zijn gaan inzien dat deze opdracht dieper gaat dan we in eerste instantie gedacht hadden.'

'De literatuur verschafte mij veel kennis maar er waren toch veel teksten waar ik niet zo goed van wist wat ik daar bij deze stap mee moest. Zo heb ik geleerd waar het ICT-onderwijs allemaal goed voor is en welke voorsprongen je daarmee zou kunnen boeken. Maar het gaf mij niet echt extra informatie over de indicatoren en wat haalbaar is om zelf te maken. Dat had ik wel fijn gevonden. Ik heb nu al erg veel zin om te beginnen aan het daadwerkelijk maken van de opdracht. Dat lijkt me toch wel het allerleukste. Toen ik mijn visie neerschreef in de opdracht kreeg ik al allemaal ideeën.'

Stap 3 Welke leerstof ga je gebruiken en op welke manier?

'Maar nu ik er zo mee bezig ben, met deze stappen besef ik pas goed hoe complex het eigenlijk is. Er komt erg veel bij kijken. Het is erg belangrijk, vind ik, om zo'n grote opdracht een keer te maken. Ik denk dat dit wel een soort test is om te kijken of alles wat ik heb geleerd ook echt in mij zit.'
'Uiteindelijk vonden we dit een best nuttige stap aangezien het stukken duidelijker maakt wat nu het product is dat we gaan maken.'

Stap 4 Hoe ga je te werk?


'Vervolgens zijn we gewoon begonnen met het maken van ons digitaal product. We hebben allebei niet zo heel veel verstand van computers. Dus het was bij ons meer een soort van trial and error. Maar we zijn er redelijk uitgekomen. Het duurde wel erg lang maar het resultaat is erg mooi. De leerlingen hebben hier echt iets aan.'

Stap 5 Hoe kijk je erop terug?

'De test verliep goed. Ik heb ons product gebruikt voor het nakijken van een paragraaf, dit was erg gemakkelijk omdat ik geen nakijkvellen hoefde uit te delen, verder werden de begrippen nog extra uitgelegd. Mijn stagedocent was onder de indruk omdat het nakijken gemakkelijker en klassikaal ging.'

'Ik heb ook veel gehad aan het feit dat ik leraren en leerlingen naar mijn programma heb laten kijken. Je merkt dan dat zij compleet anders naar je product kijken en daar leer je veel van. Zij zien veel sneller dan jezelf wat er handig is om te doen en wat gewoon niet fijn werkt. Voor leerlingen moet het er voornamelijk leuk uit ien en ook uitdagend zijn. Van leraren heb ik vooral geleerd om orde te scheppen in de stof. Vooral voor de leerlingen creëert dit meer rust en de docenten kunnen dan makkelijker inhaken op wat de leerlingen aan het doen zijn. Wel denk ik dat het niet altijd mogelijk is voor leraren om materiaal er zelf bij te ontwikkelen, omdat het erg veel werk is om te maken. Ik weet niet of dat voor alle vakken zo is, maar bij geschiedenis heb je grote verhalen die je moet vertellen en is het ook belangrijk open vragen te kunnen stellen en dat is ook erg lastig met digitaal materiaal. Als laatste denk ik dat het erg belangrijk is voor studenten aan de lerarenopleiding om hiermee bezig te zijn zodat je een beter beeld krijgt van wat er allemaal mogelijk is in het onderwijs en lesgeven.'

'Ook gaf deze stap ons het inzicht in het verband wat er bestaat tussen dingen die je voor ogen hebt en hoe deze uiteindelijk uitpakken. Dit zijn twee dingen die met elkaar zouden moeten matchen maar op simpele kleine puntjes gemakkelijk fout zouden kunnen gaan. Bij ons is dit juist heel goed gegaan, vooral omdat wij denken dat een kleiner en eenvoudiger product er voor zorgt dat je minder grote valkuilen hebt en minder dingen die je kunt vergeten.'

Stap 6 Wat moet verbeterd worden?

'De leerlingen gaven te kennen dat ze dit een goed hulpmiddel vonden bij het leren voor het uiteindelijke proefwerk. We hebben vervolgens nog een aantal keer wat vragen moeten wijzigen omdat ze onduidelijk waren of omdat afbeeldingen niet helemaal correct in beeld kwamen. Uiteindelijk kregen we alles goed aan de praat.'

'Op een school moet apparatuur nuttig zijn, interactief en makkelijk inzetbaar. Wat ook een cruciale factor is, is hoe gaan docenten ermee om en hoe worden ze hierin begeleid. Hier valt naar mijn mening nog veel progressie in te halen. Elke docent zou een cursus moeten doen.'

Stap 7 Hoe presenteer je het resultaat?

'Aan het eind van deze module is het voor ons duidelijk dat er veel mogelijk is, maar goed nagedacht moet worden over de toepasbaarheid. Veel producten die tijdens de presentaties zijn langsgekomen hebben meerwaarde. Soms omdat het makkelijker te gebruiken is, soms omdat het niet plaats- en tijdgebonden is, en soms omdat er doelgerichter van geleerd kan worden. Er zijn echter nog haken en ogen aan een hoop producten. Wanneer we uitzoomen staat het digitaal leermateriaal eigenlijk nog in een beginfase. Met modules als deze worden nieuwe generaties docenten beter bekend met ICT-vaardigheden, waardoor de toepasbaarheid in het onderwijs zal worden vergroot, en de meerwaarde zal ontwikkelen.'

'Een ander inzicht dat wij hebben aangeleerd is dat digitaal leermateriaal in elkaar zetten zo moeilijk kan zijn als je zelf wilt. Dit hebben wij gezien bij onze medestudenten, maar hebben dit ook gemerkt tijdens het maken van ons product. Het bleek makkelijker dan gedacht, maar met iets meer moeite kan met een andere tool ook een heel mooi product worden bereikt. Onze houding tegenover digitaal leermateriaal is met het maken van deze opdracht positief veranderd. Allebei waren wij sceptisch over het gebruik van digitaal leermateriaal, maar door het maken van dit product zijn we hier positiever over gaan denken.'

'Ik wist niet dat het zo veel voeten in aarde had. Verder heb ik geleerd dat het belangrijk is een goede voorbereiding te hebben voor je aan zo'n project kunt beginnen en de doelstellingen duidelijk op een rij te zetten. Dit maakt het maken en ontwikkelen van je digitaal product een stuk makkelijker. Hoe beter het voorwerk is hoe soepeler de rest verloopt. Op het gebied van inzicht is dit project zeker een verrijking gebleken. Een aantal dingen wist ik wel, maar nu zie ik veel beter alle voordelen van het gebruik van ICT. Ook heb ik veel inzicht gekregen in mezelf. Ik ben ik erachter gekomen dat ik wel goed kan samenwerken, maar dat ik nogal de neiging heb veel te veel naar mezelf toe te trekken. Dit is niet echt goed.'

4. Wat zijn mijn aanbevelingen?
Vanaf september 2010 heb ik de module voor de tweede keer gebruikt in het kader van de bredere module Ontwikkelen van onderwijs (totaal 8 ecp) in de voltijdopleiding en in een gecomprimeerde vorm in de deeltijdopleiding. Mede door de ervaring met de test heb ik besloten tot de volgende aanpak:

  • Om studenten meer te motiveren gebruik ik mijn colleges meer voor reflectie, discussie, kennisdeling en introductie. De colleges zijn niet meer in een computerlokaal, maar in een lokaal met een digibord.
  • In plaats van een eenzijdige focus op het maken van digitaal leermateriaal is de cursus nu ook gericht op het maken van niet-digitaal leermateriaal in de context van het leermiddelenbeleid van scholen.
  • De zeven stappen heb ik verdeeld over drie studieperioden van totaal 30 weken, waarbij studenten hun tijd om en om besteden aan de Kennisnetmodule en aan andere programmaonderdelen, mede in afstemming met hun stageperiode. In de programmering ben ik uitgegaan van de zeven stappen, maar ik heb de moduleopdrachten opgenomen in grotere opdrachteenheden, bestaande uit A-opdrachten, waarvan studenten het directe resultaat niet inleveren, en B-opdrachten, waarvan de uitwerking moet worden ingeleverd, namelijk een uitgebreide samenvattende conclusie over het resultaat van de A-opdrachten en een reflectie op proces en product van de hele opdracht met aandacht voor de ontwikkeling van je kennis, inzicht, vaardigheid en houding (zie de bijlagen). Voorafgaande aan stap 1 oriënteren studenten zich op de actuele situatie wat betreft leermiddelen, met name de digitalisering daarvan (opdracht 0 'Leermiddelen in ontwikkeling').

Belangstellenden kunnen mij per e-mail vragen om meer informatie en om een digitale versie van mijn cursusboek (t.vandergeugten@fontys.nl).

Bijlage 1. Kanttekeningen bij de stapopdrachten
Stap 1 is als volgt opgenomen in opdracht 1 ('Blended learning'):

Voor je begint
Voer stap 1 van de Kennisnetmodule uit - lees de uitleg! - met de volgende kanttekeningen bij de deelopdrachten:
Ad a Zie in dit cursusboek hoe de module is geïntegreerd in de cursus OVO.
Ad b Gebruik de ICT-indicatorenlijst (niét de pabotool).
Ad c Lees ten minste de genoemde publicatie van Pieters en Voogt
Lees daarnaast de conclusie in: Voogt, Joke & Natalie Pareja Roblin, Effectiviteit van leermaterialen in het voortgezet onderwijs: een literatuurstudie, Enschede 2010
Ad d Hiervoor is tijd beschikbaar in deze cursus. Maak hiervan gebruik en verhoog zo je marktwaarde.
Ad e Zie de B-opdrachten.

Stap 2 is als volgt opgenomen in opdracht 2 ('Visie en doelstelling'):

Wat wil je bereiken?
Voer stap 2 van de Kennisnetmodule uit met de volgende kanttekeningen bij de deelopdrachten:
Ad a Print bijlage 3. Stel vast in hoeverre het bij deze module gaat om gemengd leermateriaal / blended learning.
Ad b Besteed ruime aandacht aan de elf praktijkvoorbeelden. Let vooral op de voor- en nadelen van genoemde tools.
Ad c Lees ten minste de genoemde publicaties van: Louwers, Schuwer & Jansen, Wijnen & Zuylen.
Lees daarnaast:
- Infobladen over leermiddelenbeleid voor docenten en schoolleiding (http://www.leermiddelenvo.nl/ > publicaties > Folders)
- Grip op uw leermiddelenbeleid (http://www.leermiddelenvo.nl/ > publicaties > Folders)
Ad d In het kader van deze cursus ga een gemengde leereenheid maken die gebruikt kan worden in een school vo (dit mag een andere zijn dan je school). Overleg met je begeleider(s). Voor het digitale deel gebruik je een auteurstool of andere software, zoals een digibordtool. Het maken van een webquest is niet toegestaan!
Ad e Zie de B-opdrachten.

Stap 3 is als volgt opgenomen in opdracht 3 ('3 Leerstof en werkvorm '):


Welke leerstof ga je gebruiken en op welke manier?
Voer stap 3 van de Kennisnetmodule uit met de volgende kanttekeningen bij de deelopdrachten:
Ad a Doe dit in overleg met je stageschool. De zeven niveaus gelden voor het digitale materiaal.
Ad b Gebruik de begrippen die leerlingen gewend zijn.
Ad c Zie het kader hieronder (over leerlijnen).
Ad d Bekijk:
- de vier genoemde websites over auteursrecht;
- de drie genoemde websites over licenties, public domain, GNU en wikimedia commons.
Ad e Let erop dat de werkvormen moeten kloppen met de doelstellingen (zie c).
Ad f Let goed op de planning van deze cursus.
Ad g Zie de B-opdrachten.

Stap 4 is als volgt opgenomen in opdracht 4 ('Productie'):

Hoe ga je te werk?
Voer stap 4 van de Kennisnetmodule uit met de volgende kanttekeningen bij de deelopdrachten:
Ad a Doe dit in overleg met je stageschool.
Het kiezen van een auteurs- of digibordtool moet heel zorgvuldig gebeuren. Gebruik de bij deelopdracht 2a gemaakte notities. Raadpleeg het overzicht op http://digitaalleermateriaal.kennisnet.nl/auteurstools.
Ad b Zorg dat je voldoet aan de in de begrippenlijst genoemde definitie van een 'leereenheid'.
Werk de acht punten zorgvuldig uit m.b.v. bijlage 4.
Besteed daarnaast in je basisontwerp aandacht aan het niet-digitale deel van je leereenheid.
Ad c Je werkplan moet kloppen met het programma van deze cursus.
Ad d-f Dit gaat veel tijd kosten, dus werk zorgvuldig en doelmatig.
Ad g Zie de B-opdrachten.  

Stap 5 is als volgt opgenomen in opdracht 5 ('Testen en terugkijken'):

Hoe kijk je erop terug?
Voer stap 5 van de Kennisnetmodule uit met de volgende kanttekeningen bij de deelopdrachten:
Ad a/b (mag in tweetallen) Het gaat hier dus om een onderzoekje dat je op de school uitvoert.
Ad c (individueel) Hier reflecteer je dus op deelopdracht 1b.
Ad d (mag in tweetallen) Hier reflecteer je dus op deelopdracht 2d.
Lees zo nodig nog wat van de aanvullende informatie.
Ad e (mag in tweetallen) Hier reflecteer je dus op deelopdracht 3b.
Ad f Zie de B-opdrachten.

Stap 6 is als volgt opgenomen in opdracht 6 ('Verbeteren'):

Wat moet verbeterd worden?
Voer stap 6 van de Kennisnetmodule uit met de volgende kanttekeningen bij de deelopdrachten:
Ad a/c (mag in tweetallen) Voer de test van de verbeterde versie bij voorkeur uit met enkele leerlingen. Het commentaar van de school is een belangrijk oordeel over je werk.
Ad d/e (individueel) Het is goed om te weten wat je nog wilt leren en hoe je dit kunt doen. Verwerk dit in opdracht OVO-6B2.
Ad f (mag in tweetallen) Je kunt ervoor kiezen om een advies over dit onderwerp aan je stageschool te schrijven.
Ad g Zie de B-opdrachten.

Stap 7 is als volgt opgenomen in opdracht 7 ('Presentatie en reflectie'):

7A1 Hoe presenteer je het resultaat?
Voer stap 7 van de Kennisnetmodule uit met de volgende kanttekeningen bij de deelopdrachten:
Ad a Verzorg een duidelijke en goed opgebouwde presentatie over de vijf genoemde zaken onder het eerste punt 'je leereenheid' (zie opdracht OVO-7B1).
De overige vijf punten bespreken we in de slotbijeenkomst (zie opdracht OVO-7A2).
Ad b Je presentatie duurt maximaal 15 minuten. Spreek met je docent af wanneer je deze uitvoert. Controleer vooraf of alles werkt.
Ad c Maak als toeschouwer per presentatie notities over de meerwaarde van het ICT-gebruik. Verwerk deze in opdracht OVO-7A2.
Ad d Zie de hierna volgende opdracht.

Bijlage 2. Afsluitende opdrachten
7A2 (individueel) Bij nader inzien
a Lees ter voorbereiding op de slotbijeenkomst de artikelen 'Zelf leermiddelen ontwikkelen' van Ekens (zie stap 6).
b In de slotbijeenkomst kijken we kritisch terug op de cursus en op wat je hebt geleerd van alle presentaties tezamen, gericht op de vijf laatste punten van deelopdracht 7a. Gebruik hierbij je notities over de presentaties.
c Verwerk de resultaten van a en b in opdracht OVO-7B3.
 
7B1 (mag in tweetallen) Presentatie
Besteed in je duidelijk en goed opgebouwde presentatie over je leereenheid aandacht aan:
- leerstof en leerlijn
- vorm en complexiteitsniveaus
- productieproces
- praktijktest en verbetering
- oordeel over de eindversie

7B2 (mag in tweetallen) Product
a Lever de niet-digitaal aan te bieden delen van je gemengde leereenheid digitaal in.
b Lever de digitaal aan te bieden delen van je gemengde leereenheid in, of lever een link waarmee deze toegankelijk zijn.

7B3 (individueel) Eindreflectie
Verwerk de resultaten van opdracht OVO-7A2 in een eindreflectie over:
- je visie op de inzet van ICT in het onderwijs
- je standpunt over ICT-competenties
- je ambitie wat betreft leermateriaal maken
- je standpunt over auteursrecht
- je oordeel over het stappenplan van de Kennisnetmodule

Uit: Tom van der Geugten, Ontwikkelen van onderwijs en loopbaanoriëntatie en -begeleiding (OVO/LOB)
Cursusboek voor de voltijd bacheloropleiding geschiedenis, Fontys Lerarenopleiding Tilburg 2010.