Hoofdlijnen Auteursrecht
Navigatie menu auteursrecht
Hoofdpagina auteursrecht
Hoofdlijnen auteursrecht
Trefwoordenlijst
Hoe werkt het in de praktijk?
Creative Commons
Hoofdlijnen: Wat zouden onderwijsinstellingen moeten weten en regelen?
Dit deel, 'Hoofdlijnen', gaat in op wat onderwijsinstellingen zouden moeten weten en regelen als het gaat om auteursrecht van digitaal vergaard lesmateriaal. De genummerde 'Hoofdlijnen' zijn gebaseerd op een verkennend onderzoek door het Instituut voor Informatierecht (IViR).
1. Het auteursrecht op de werken die de docent maakt als werknemer (in loondienst) in het kader van zijn taakomschrijving komt toe aan de werkgever tenzij anders wordt overeengekomen. Dit kan ook gelden voor werken die niet onder werktijd, maar bijvoorbeeld als lesvoorbereiding, worden gemaakt.
De cao’s voor het basis-, voorgezet- en middelbaar beroepsonderwijs bevatten bepalingen hierover. In het hoger en universitair onderwijs worden uitzonderingen gemaakt op deze auteursrechtbepaling (voor bijvoorbeeld promotieonderzoek).
Klik hier voor een overzicht van de cao's.
2. De onderwijsinstelling mag als rechtmatig eigenaar, de werken van een docent (in loondienst) verveelvoudigen en openbaar maken zonder toestemming van de docent (exploitatierechten).
In beginsel heeft de maker van een werk naast exploitatierechten ook persoonlijkheidsrechten op zijn werk. Dit houdt in dat hij zich kan verzetten tegen de openbaarmaking van zijn werk zonder of met onjuiste vermelding van zijn naam of de benaming van zijn werk. Ook kan hij zich verzetten tegen de wijziging van zijn werk, mits dit niet in strijd is met de redelijkheid. Hij kan zich altijd verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, die zijn eer of reputatie aantasten.
Bij werken die door docenten (in loondienst) zijn gemaakt, bestaat er onenigheid in de Nederlandse rechtspraak over de vraag bij wie de persoonlijkheidsrechten rusten: bij de docenten zelf of bij de onderwijsinstelling. Als de docent (in loondienst) geen afstand heeft gedaan van zijn persoonlijkheidsrechten, zou voor de zekerheid op de werken zowel de naam van de onderwijsinstelling moeten staan, als de naam van de docent.
Wanneer een onderwijsinstelling de werken van freelancedocenten (die niet in loondienst zijn) wil exploiteren, dan dienen zij hierover contractuele afspraken te maken.
Kijk op creativecommons.nl voor voorbeeldcontracten.
3. Als een onderwijsinstelling het werk van leerlingen wil exploiteren, moet de leerling daar toestemming voor geven.
De onderwijsinstelling zou leerlingen – als zij nog minderjarig zijn via de ouders – om toestemming moeten vragen om hun werk te exploiteren. Leerlingen zouden hun werk ook kunnen voorzien van een open contentlicentie (zie Creative Commons), zodat dit kan worden opgenomen in bijvoorbeeld de beeldbank van de onderwijsinstelling.
Kijk op creativecommons.nl voor het toekennen van een open contentlicentie.
4. Materiaal van derden mag onder bepaalde voorwaarden binnen de onderwijsinstelling worden geëxploiteerd. Het gaat dan om gedeelten van dit materiaal.
Onder bepaalde voorwaarden mogen, binnen de onderwijsinstelling, gedeelten van werken van derden zonder toestemming worden gebruikt ter toelichting bij het onderwijs. Dit is de zogenoemde onderwijsexceptie. Zo kan een gedeelte van een rechtmatig openbaar gemaakt werk, worden gebruikt in bijvoorbeeld een reader. Het werk moet dan wel een bronvermelding krijgen én aan de rechthebbende moet een billijke vergoeding worden betaald. Bij het citaatrecht gelden vergelijkbare voorwaarden, maar is er geen vergoeding nodig. Bekijk het overzicht met de onderwijsexceptie: mogelijkheden en vergoedingen.
5. Het is veel eenvoudiger om eigen werk te gebruiken voor geheel nieuw leermateriaal, dan werken van derden. Dit komt doordat de onderwijsexceptie en het citaatrecht te weinig 'gebruiksruimte' bieden binnen de Auteurswet.
Werk van derden, mag alleen worden gebruikt in nieuw leermateriaal met toestemming van de maker(s). Het is dan ook veel eenvoudiger om óf eigen materiaal, óf materiaal van derden dat gepubliceerd is onder een open contentlicentie (zie Creative Commons) te gebruiken. Onderwijsinstellingen zouden werken van docenten (in loondienst) beschikbaar kunnen stellen onder een open contentlicentie. Zo ontstaat er een voorraad leermaterialen die ‘veilig’ kunnen worden gebruikt.
Kijk op creativecommons.nl voor verschillende open contentlicenties.
6. Als een docent inbreuk pleegt op het auteursrecht binnen de uitoefening van zijn functie,
kan de onderwijsinstelling aansprakelijk worden gesteld (zie aansprakelijkheidsrisico’s).
De onderwijsinstelling is als werkgever verantwoordelijk voor het gebruik van leermaterialen door de docenten in loondienst. Het is daarom aan te raden dat zij bij het verspreiden daarvan, controleert of het auteursrecht van derden wordt gerespecteerd.
Meer informatie:
Exploitatierechten
Persoonlijkheidsrechten
Aansprakelijkheidsrisico's
Onderwijsexceptie
Hoofdpagina auteursrecht
Hoofdlijnen auteursrecht
Trefwoordenlijst
Hoe werkt het in de praktijk?
Creative Commons
Hoofdlijnen: Wat zouden onderwijsinstellingen moeten weten en regelen?
Dit deel, 'Hoofdlijnen', gaat in op wat onderwijsinstellingen zouden moeten weten en regelen als het gaat om auteursrecht van digitaal vergaard lesmateriaal. De genummerde 'Hoofdlijnen' zijn gebaseerd op een verkennend onderzoek door het Instituut voor Informatierecht (IViR).
1. Het auteursrecht op de werken die de docent maakt als werknemer (in loondienst) in het kader van zijn taakomschrijving komt toe aan de werkgever tenzij anders wordt overeengekomen. Dit kan ook gelden voor werken die niet onder werktijd, maar bijvoorbeeld als lesvoorbereiding, worden gemaakt.
De cao’s voor het basis-, voorgezet- en middelbaar beroepsonderwijs bevatten bepalingen hierover. In het hoger en universitair onderwijs worden uitzonderingen gemaakt op deze auteursrechtbepaling (voor bijvoorbeeld promotieonderzoek).
Klik hier voor een overzicht van de cao's.
2. De onderwijsinstelling mag als rechtmatig eigenaar, de werken van een docent (in loondienst) verveelvoudigen en openbaar maken zonder toestemming van de docent (exploitatierechten).
In beginsel heeft de maker van een werk naast exploitatierechten ook persoonlijkheidsrechten op zijn werk. Dit houdt in dat hij zich kan verzetten tegen de openbaarmaking van zijn werk zonder of met onjuiste vermelding van zijn naam of de benaming van zijn werk. Ook kan hij zich verzetten tegen de wijziging van zijn werk, mits dit niet in strijd is met de redelijkheid. Hij kan zich altijd verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, die zijn eer of reputatie aantasten.
Bij werken die door docenten (in loondienst) zijn gemaakt, bestaat er onenigheid in de Nederlandse rechtspraak over de vraag bij wie de persoonlijkheidsrechten rusten: bij de docenten zelf of bij de onderwijsinstelling. Als de docent (in loondienst) geen afstand heeft gedaan van zijn persoonlijkheidsrechten, zou voor de zekerheid op de werken zowel de naam van de onderwijsinstelling moeten staan, als de naam van de docent.
Wanneer een onderwijsinstelling de werken van freelancedocenten (die niet in loondienst zijn) wil exploiteren, dan dienen zij hierover contractuele afspraken te maken.
Kijk op creativecommons.nl voor voorbeeldcontracten.
3. Als een onderwijsinstelling het werk van leerlingen wil exploiteren, moet de leerling daar toestemming voor geven.
De onderwijsinstelling zou leerlingen – als zij nog minderjarig zijn via de ouders – om toestemming moeten vragen om hun werk te exploiteren. Leerlingen zouden hun werk ook kunnen voorzien van een open contentlicentie (zie Creative Commons), zodat dit kan worden opgenomen in bijvoorbeeld de beeldbank van de onderwijsinstelling.
Kijk op creativecommons.nl voor het toekennen van een open contentlicentie.
4. Materiaal van derden mag onder bepaalde voorwaarden binnen de onderwijsinstelling worden geëxploiteerd. Het gaat dan om gedeelten van dit materiaal.
Onder bepaalde voorwaarden mogen, binnen de onderwijsinstelling, gedeelten van werken van derden zonder toestemming worden gebruikt ter toelichting bij het onderwijs. Dit is de zogenoemde onderwijsexceptie. Zo kan een gedeelte van een rechtmatig openbaar gemaakt werk, worden gebruikt in bijvoorbeeld een reader. Het werk moet dan wel een bronvermelding krijgen én aan de rechthebbende moet een billijke vergoeding worden betaald. Bij het citaatrecht gelden vergelijkbare voorwaarden, maar is er geen vergoeding nodig. Bekijk het overzicht met de onderwijsexceptie: mogelijkheden en vergoedingen.
5. Het is veel eenvoudiger om eigen werk te gebruiken voor geheel nieuw leermateriaal, dan werken van derden. Dit komt doordat de onderwijsexceptie en het citaatrecht te weinig 'gebruiksruimte' bieden binnen de Auteurswet.
Werk van derden, mag alleen worden gebruikt in nieuw leermateriaal met toestemming van de maker(s). Het is dan ook veel eenvoudiger om óf eigen materiaal, óf materiaal van derden dat gepubliceerd is onder een open contentlicentie (zie Creative Commons) te gebruiken. Onderwijsinstellingen zouden werken van docenten (in loondienst) beschikbaar kunnen stellen onder een open contentlicentie. Zo ontstaat er een voorraad leermaterialen die ‘veilig’ kunnen worden gebruikt.
Kijk op creativecommons.nl voor verschillende open contentlicenties.
6. Als een docent inbreuk pleegt op het auteursrecht binnen de uitoefening van zijn functie,
kan de onderwijsinstelling aansprakelijk worden gesteld (zie aansprakelijkheidsrisico’s).
De onderwijsinstelling is als werkgever verantwoordelijk voor het gebruik van leermaterialen door de docenten in loondienst. Het is daarom aan te raden dat zij bij het verspreiden daarvan, controleert of het auteursrecht van derden wordt gerespecteerd.
Meer informatie:
Exploitatierechten
Persoonlijkheidsrechten
Aansprakelijkheidsrisico's
Onderwijsexceptie